Een geslaagde wijnoogst hangt af van veel verschillende factoren.

Één van de grootste problemen in de Nederlandse wijnbouw is voorjaarsvorst. Na het uitlopen (eind april) blijken de jonge scheuten (jonge stengel met bladeren) erg gevoelig te zijn voor vorst. Het bevriest al bij -1°C. De scheuten worden zwart en verdorren vervolgens. In de weken daarna zullen er nog wel slapende ogen uitlopen, maar deze scheuten hebben meestal maar weinig of geen trossen.

Dit jaar hadden we te maken met voorjaarsvorst. Dit heeft grote impact gehad op de uiteindelijke oogst. Doordat het steeds vaker vriest in het voorjaar, gaan we waarschijnlijk voor volgend voorjaar een beregeningsinstallatie aanleggen in de wijngaard. Door bij vorst te gaan beregenen, vormt zich een mooi laagje ijs om de scheut, waardoor de scheut zelf niet bevriest.

Afgelopen zomer hadden we te maken met hoge temperaturen. Door die warmte is veel water in de druiven verdampt wat de kwaliteit ten goede komt. Als er te lang extreem hoge temperaturen zijn, bestaat de kans dat de druiven verschrompelen. Gelukkig kwam de temperatuurdaling precies op tijd.

Kortom; in 2020 geen grote oogst maar wel van goede kwaliteit!